donderdag 3 november 2011

Erfenissen


Wie kent er niet een bijzonder verhaal over de verdeling van een erfenis? Ik denk dat iedereen – hetzij persoonlijk, hetzij via via – wel eens een schrijnende ervaring heeft gehoord of meegemaakt tijdens of na de verdeling van de nalatenschap van een dierbare. Wanneer het bijvoorbeeld gaat om een verzameling familiefoto’s, of om een kast die nu nog bij een aangetrouwde tante staat, maar die wél van opa en oma is geweest… 

Zo ken ik een verhaal over een tafeltje en twee bijpassende Biedermeier stoeltjes. Niet eens kostbaar, maar wel met veel emotionele waarde. De zittingen van de stoeltjes waren lang geleden nog door moeder zelf geborduurd: roze rozen. Zeventien per zitting. Ze deed vier uur over één roosje…

Toen de erfenis verdeeld werd, had eigenlijk niemand interesse in deze meubeltjes, behalve de jongste dochter. Er was dan ook geen enkele discussie over het feit wie dit tafeltje en deze beide stoeltjes zou erven. Omdat de dochter in kwestie op het punt stond te verhuizen, bood haar oudste broer aan, om het zolang bij hem thuis neer te zetten. Wanneer ze er dan een plekje voor had in haar ‘nieuwe’ huis, zou ze het komen halen. Zo werd dat destijds afgesproken.

Nu was het helaas zo, dat de verstandhouding tussen de jongste zus en de oudste broer na verloop van tijd een flinke deuk had opgelopen. Ze waren niet meer ‘on speaking terms’, zoals dat heet. In een poging om toch haar meubeltjes terug te krijgen, stuurde het jongste zusje onlangs een mailtje naar haar oudste broer. Zowel naar zijn privé-adres als naar zijn zakelijke mailadres. Helaas. Via zijn privé-adres kreeg ze als antwoord dat haar bericht naar de prullenbak was verplaatst. En via zijn zakelijke mailadres kreeg ze helemaal geen reactie.

Toch triest, zo’n verhaal. 

vrijdag 9 september 2011

Het contract is getekend!

Eindelijk kan ik weer een update geven over de voortgang van ‘Het zusje van vroeger’!
Nadat mijn manuscript door mijn uitgeefmanager van TenPages is geredigeerd, heeft zij een aantal uitgevers benaderd. Daarmee brak een tijd aan van wachten. Lang wachten.

Kieskeurig als ik was, had ik haar een lijstje gegeven met mijn favoriete uitgevers. Eén daarvan zag wel iets in mijn manuscript, maar wilde er in mijn beleving zoveel aan veranderen dat het niet meer ‘mijn’ verhaal was. Hun voorstel neem ik zeker in overweging, maar dan naast ‘Zusje van vroeger’, niet in plaats van.

Een tweede grote uitgever was vanaf het begin heel enthousiast en zeer positief. Het nadeel van een grote uitgever is – weet ik nu uit ervaring – dat zij grote stapels te verwerken hebben. En als onbekende, debuterende schrijver lig je, je snapt het al, onderop de stapel. Mijn geduld werd dusdanig op de proef gesteld dat ik in overleg met TenPages heb besloten om in gesprek te gaan met Uitgeverij Mooi Media.

Het klikte meteen. Vanaf het eerste moment bleek dat we op één lijn zaten. Mijn boek blijft ‘mijn’ boek. Mijn manuscript zal opnieuw worden geredigeerd, ditmaal door Mooi Media, maar er komt nu schot in de zaak. Het contract is vandaag getekend!

Zoals het zich nu laat aanzien, zal ‘Zusje van vroeger’ begin 2012 verschijnen. Lijkt me een mooi vooruitzicht voor het volgende jaar.


  

dinsdag 30 augustus 2011

Erratum



-----Oorspronkelijk bericht-----
From: Yvonne Kroonenberg
Sent: Tuesday, August 30, 2011 10:26 PM
To: Sandra Di Bortolo
Subject: Re: [YK]: Nieuw bericht via de website


lieve sandra, ik heb je door elkaar gehaald met een andere sandra, over wie ik op de radio ga praten. ik dacht dat jullie een en dezelfde persoon waren omdat zij ook over familie heeft geschreven. is jouw boek nu al uitgegeven? Y


... Ja, mooi lullig. Toch?

Mijn Familieblues op de radio

Onlangs verscheen bij uitgeverij Contact ‘De Familieblues’ van Yvonne Kroonenberg. De schrijver en de titel waren voor mij voldoende om het direct te kopen. Vers van de pers. Daar had ik geen recensie, geen Knevel en van den Brink of Bestseller 60 voor nodig.  Ik heb het in één adem uitgelezen. Ik herkende mijzelf in veel fragmenten en verbaasde me over andere. Maar het was me wel direct duidelijk dat mijn verhaal in veel opzichten gelijkenis vertoonde met de verhalen in De Familieblues. Ik was er diep van onder de indruk en heb dat via de sociale media kenbaar gemaakt.

Toen Yvonne Kroonenberg mij per mail liet weten dat ze mijn manuscript wilde lezen, voelde ik me euforisch. Yvonne Kroonenberg kent als geen ander de gevolgen van een verstoorde familierelatie. Haar boek heeft mij geraakt, maar kennelijk heeft mijn verhaal - dat wil zeggen: de samenvatting die op mijn site staat - haar nieuwsgierigheid gewekt. Natuurlijk was er geen enkele reden om te denken dat ze mijn manuscript goed genoeg zou vinden om te publiceren, maar daar ging het niet om. Zij was geïnteresseerd in mijn verhaal.

Zondag 4 september spreekt ze tijdens Manuscripta – de opening van het nieuwe boekenseizoen. Ze had eerder al aangegeven dat we elkaar dan wel zouden zien. Ik bedacht dat ik daar dan ook wel de gelegenheid zou krijgen, om haar te vragen naar mijn manuscript.

Inmiddels zijn er twee weken voorbij gegaan. Ik kan niet ontkennen dat het regelmatig door mijn hoofd ging. Zou ze het al gelezen hebben? Misschien vindt ze het niets. Zal ik haar mailen en vragen of ze het de moeite waard vindt? Zondag zie ik haar; dan weet ik het. Nog een paar dagen geduld.

Tot ik vandaag blij verrast werd door een berichtje van haar op Twitter: vrijdag aanstaande gaat ze op de radio, tijdens een uitzending van de AVRO, praten over mijn boek. Ze gaat me dus niet discreet, onder vier ogen vertellen wat ze ervan vindt. Nee, ik hoor dat vrijdag, samen met vele, vele andere luisteraars via de ether. Ik hoop dat mijn uitgever zich niet terugtrekt...

vrijdag 29 juli 2011

Schrijven over je familie

Door te schrijven over je familie, of het nu gaat om het heden of het verleden, schep je een verhaal dat onafwendbaar de zelfbeschrijvingen van de andere familieleden raakt. Alleen al door het feit dat zij zich tegen het geschrevene afzetten. Een familieverhaal is immers collectief eigendom.
Tegelijkertijd heeft elk familielid zijn eigen herinneringen aan het verleden, en al die herinneringen – over diezelfde persoon of diezelfde gebeurtenis – worden door ieder afzonderlijk anders ervaren. Mijn jeugdherinneringen zijn anders dan die van mijn broers en zus, terwijl we alle vier zijn grootgebracht in hetzelfde huis, door dezelfde vader en dezelfde moeder. We kijken allemaal terug op een andere jeugd.

Als familieleden in een familieverhaal niet zelf geportretteerd worden, dan zien ze er mogelijk hun ouders of grootouders in voorkomen: mensen aan wie zij andere herinneringen hebben dan de schrijver in kwestie. Op dat punt kan het dan ‘mis’ gaan en komen de verwijten: ‘intimiteiten van de familie houd je binnenskamers; je hangt de vuile was niet buiten’. Is dat wellicht, omdat de vuile was bedekt is met schaamte? De familie in kwestie wil er niet van horen, wil het niet lezen, en wil zeker niet dat ánderen, vreemden, het lezen.
De schrijver echter heeft er behoefte aan om een verhaal over de familie te vertellen. Het verhaal verwijst naar zijn of haar wereld, aan een verleden dat echt bestaan heeft, althans in de ogen van de schrijver.

Zoals ik in mijn vorige column al beschreef, gaat er een zekere aantrekkingskracht uit van de verhalen waarvan we weten dat ze waar gebeurd zijn. Geert Mak denkt dat de populariteit van narratieve non-fictie komt door de toegenomen behoefte aan echtheid, aan authenticiteit, juist omdat er in deze tijd zoveel wordt genept. Naast ‘echtheid’ willen mensen ook nog iets anders: ze willen een verhaal.

Arnon Grunberg heeft ooit eens gezegd: ‘schrijven over je familie vraagt om afstand te nemen van je familie. Zoveel afstand dat je scherper kunt zien waar je vandaan komt.’
Ik ben geneigd om dat enigszins om te draaien. Wanneer je schrijft over je familie, neemt je familie vanzelf afstand van je. Ik zie dat scherper dan ooit.



dinsdag 12 juli 2011

'Waar gebeurd' verkoopt

De (auto)biografie en het ego-document zijn in opkomst. Waar gebeurd verkoopt. Neem nou Echte mannen eten geen kaas (Maria Mosterd, 2008). Ze gingen als warme broodjes over de toonbank: het waargebeurde verhaal van een meisje dat vier jaar lang in handen was van een loverboy. Inmiddels zijn er al zo’n 500.000 exemplaren van verkocht. Aantallen waarvan je als schrijver alleen maar kunt dromen. De maatschappelijke verontwaardiging was dan ook groot, toen bleek dat de schrijfster in casu een loopje had genomen met de lezers. Hendrik Jan Korterink en Peter R. de Vries besteedden destijds uitgebreid aandacht aan de leugenachtige praktijken van deze schrijfster. Het was immers allemaal verzonnen! En dát terwijl ze beweerde dat het ‘waar gebeurd’ was! Zoals later zou blijken, was hier het laatste woord nog niet over gezegd.

Bij autobiografisch proza ligt dat anders. Wanneer we denken aan Terug naar Oegstgeest (Jan Wolkers, 1965) of Moeder en Zoon (Gerard Reve, 1980) accepteren we als lezer dat autobiografische elementen en fictie elkaar voortdurend afwisselen. Ook wanneer bepaalde gebeurtenissen of plaatsen in dergelijke literatuur ‘waar gebeurd’ zijn, stellen we als lezer niet de eis dat álles dan met de werkelijkheid overeenstemt. Zolang de schrijver geen aanspraak doet op de letterlijke waarheid van zijn boek liegt hij niet. Echter, wanneer in een tekst bepaalde elementen verzonnen zijn en niet aan een ons bekende werkelijkheid beantwoorden, dan is de weg tot uiteenlopende interpretaties open. Dan wordt het voor sommige lezers lastig.

Tijdens het promoten van mijn manuscript op TenPages voorspelde Wishfull – die om privéredenen liever anoniem wil blijven – dat Het Zusje van Vroeger een kaskraker gaat worden. Hij noemde het: ‘de nieuwe Echte mannen eten geen kaas’. Ach, 500.000 exemplaren is misschien wat over de top. Maar laat die maatschappelijke discussie maar komen!


Dinsdag 19 juli 2011

Maria Mosterd, de schrijfster van het boek Echte mannen eten geen kaas, wordt niet vervolgd voor laster en smaad. Dat heeft het Openbaar Ministerie (OM) in Arnhem vandaag gezegd naar aanleiding van berichtgeving in dagblad De Stentor.
De ex-vriend, die door Mosterd in het boek wordt beschuldigd van loverboypraktijken, had aangifte tegen haar gedaan. Volgens het OM is er te weinig bewijs voor laster en smaad. In het boek gebruikt Mosterd gefingeerde namen en 'dat staat iedereen vrij', aldus het OM. (ANP/Redactie)


http://www.facebook.com/pages/Het-Zusje-van-Vroeger/184987668225268

zondag 3 juli 2011

Narratieve non-fictie of Autobiografisch proza?


Langzaam maar zeker komt Het Zusje van Vroeger steeds dichter bij haar einddoel. Inmiddels is er interesse van een van de grote uitgevers die bovenaan mijn lijstje stonden.

Hun eerste reactie was heel lovend. De redacteur in kwestie zag echter nog veel meer mogelijkheden voor Het Zusje, wanneer zij het mochten publiceren als narratieve non-fictie. Zij had het manuscript objectief bekeken als redacteur van de afdeling fictie en bleek niet op de hoogte van het feit dat ik mijn manuscript zelf altijd heb omschreven als autobiografisch proza. Verschillende omschrijving met dezelfde betekenis: gebaseerd op mijn waargebeurde verhaal.

In het begin heb ik geprobeerd om een beetje in het midden te laten wat wél en wat niet ‘waar gebeurd’ is. Wanneer daar in een interview naar werd gevraagd, gaf ik daar nooit een duidelijk antwoord op. Ik heb steeds geprobeerd om Silvana niet met mijzelf te vereenzelvigen, omdat ik niet wilde dat daarmee de vergelijking met mijn familie werd getrokken. Als diezelfde vraag me nu opnieuw wordt gesteld, geef ik daar een heel ander antwoord op. Inmiddels kan ik er meer afstand van nemen en er gemakkelijker over praten. Nu vind ik het niet lastig meer om dieper in te gaan op de inhoud van mijn boek. Ook niet, wanneer het dichter bij mijzelf komt. Ook niet wanneer wordt opgemerkt dat Silvana en ik in veel opzichten sterk op elkaar lijken. Ook niet wanneer mensen de familie Scaglione vergelijken met de familie Di Bortolo.

Het schrijven van Het Zusje is een proces geweest waarin ik veel heb geleerd. Niet alleen over mezelf, maar ook over mijn omgeving. Het verschijnen van mijn boek én de reacties van mijn familie hebben ertoe bijgedragen dat ik nu anders omga met ‘lastige’ vragen.
Ik heb een hoge prijs betaald. Maar ook dat heb ik een plek gegeven: als nawoord in mijn boek.