vrijdag 3 juni 2011

Een nieuwe cover voor 'Het Zusje van Vroeger'


Wanneer je besluit om een boek te gaan schrijven en publiceren, kan dat het begin zijn van een lange weg met veel obstakels.

In mijn geval is het allemaal begonnen met het schrijven van een dagboek, nu anderhalf jaar geleden. Pas nadat ik – na aanmoedigingen van een vriendin – besloot om het te gaan herschrijven tot een verhalende autobiografie, ben ik gaan nadenken over een titel en een cover. In eerste instantie was deze titel voor eigen gebruik: een werktitel. De definitieve titel wordt immers pas in het eindstadium bepaald in overleg met de uitgever.
Datzelfde geldt voor de cover. Ik heb voor ‘Het Zusje van Vroeger’ gekozen voor een foto waarop mijn grootouders met mijn vader en zijn broertje en zusje staan afgebeeld. Een mooie foto die me zeer dierbaar is. Naarmate de tijd verstreek, groeide dat gevoel, temeer daar ik deze foto vanaf 16 september 2010 ging gebruiken op TenPages, Hyves, Facebook, Twitter én als illustratie in kranten en op diverse websites. Het werd een beetje ‘mijn handelsmerk’.
Tot nu toe…

Onlangs werd ik – tijdens mijn vakantie – tot mijn grote verbazing geconfronteerd met het feit dat mijn oudste broer Lino namens Radicio BV (een personal holding, zijn pensioen BV zonder activiteiten) de rechten voor deze afbeelding heeft gekocht, door de foto formeel te laten deponeren bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom als ‘zijn’ handelsmerk. Dit alles om te voorkomen dat ‘Het Zusje van Vroeger’ wordt uitgegeven met deze cover. Ik maak dan immers onrechtmatig gebruik van een handelsmerk waarvan hij dan eigenaar is.
Het zou jammer zijn wanneer ik afstand moet doen van deze dierbare foto, ‘mijn’ cover.
Jammer, maar niet rampzalig. Dankzij mijn zwager Erwin zijn er gelukkig nog veel meer mooie familiefoto’s beschikbaar.










Mijn vader Elio met zijn moeder, 1927








Giuditta, het jongste zusje van mijn vader, 1947


 

donderdag 7 april 2011

Weer een stapje verder


Eindelijk weer een update!

Nadat ik mijn manuscript eind februari voor de eerste keer heb doorgenomen met mijn uitgeefmanager van TenPages.com was er flink wat werk aan de winkel. Hoewel ze erg positief was over het manuscript hebben we in overleg besloten er een tweede verhaallijn aan toe te voegen. Daar heb ik de afgelopen anderhalve maand hard aan gewerkt. Vorige week maandag heb ik het voor een tweede beoordeling opgestuurd en onlangs kreeg ik per mail haar reactie:

“Zoals beloofd zou ik nog terugkomen op de nieuwe versie van je manuscript. Ik vind het echt enorm leuk om de verbeteringen te zien t.o.v. de vorige versie. De zinnen lopen soepeler, de tijden kloppen en de extra verhaallijn brengt een hele nieuwe dimensie in het manuscript waar ik erg enthousiast over ben.”

Dat betekent dat ik weer een beetje dichterbij mijn einddoel kom. Mijn manuscript is nu ‘uitgeefwaardig’ bevonden en de volgende stap is het benaderen van uitgevers. Hoe lang die fase duurt is moeilijk in te schatten. Dat kunnen weken zijn, maar ook maanden. Geduld dus... (ik word daar steeds bedrevener in).

Wordt vervolgd!

zaterdag 2 april 2011

Grootvader Franco Scaglione, 1943


Marcello ligt met gespitste oren in bed. Het is een uur of vier en het wordt bijna licht. In de verte hoort hij zware dreunen die net als onweer steeds dichterbij lijken te komen. Een angstig vermoeden maakt zich van hem meester. De dreiging hangt immers al een tijd in de lucht; er wordt al maanden gesproken over wat er in Duitsland allemaal gaande is.
Hij herinnert zich nog dat zijn vader een tijd geleden nadrukkelijk aangaf, de kant van Nederland te kiezen nadat Mussolini publiekelijk had aangegeven Duitsland te zien als een vriend van het fascisme. In Italië zijn eerder al antisemitische wetten aangenomen, iets dat Mussolini natuurlijk niet in dank is afgenomen. Nu Hitler en Mussolini bondgenoten zijn, waakt vader er wel voor dat hij over één kam wordt geschoren met Mussolini en zijn ideeën.
 
Op een middag komt Lorenzo hevig verontwaardigd thuis. “Daniël Katz was vandaag niet op school. Ze zeggen dat ze met hun hele gezin zijn ondergedoken!” Zijn verontwaardiging spreekt boekdelen en vader hoort het stilzwijgend aan. Wanneer Teresa beaamt dat zij dit eerder die dag ook al van de buurvrouw heeft gehoord, staat vader resoluut op en loopt de tuin in. Ze zien dat vader leunend op het hek staat te praten met de buurvrouw. Vader lijkt zich steeds bozer te maken,  en verdwijnt kort daarna via de achterpoort zonder te zeggen waar hij naar toe gaat.
Wanneer hij vijf minuten later de kamer binnen komt, is iedereen met stomheid geslagen. Over zijn linkerarm hangt zijn jas en in zijn rechterhand heeft hij een gele davidster. Hij kijkt Teresa doordringend aan. Zonder iets te zeggen geeft hij zijn jas en de davidster aan haar en met een klein handgebaar geeft hij te kennen wat hij van haar verwacht. Met angstige ogen kijkt ze hem aan. “Ma no, papà!”
Moeder ziet verschrikt wat zijn bedoeling is en raakt in paniek. Het hele gezin is in rep en roer maar vader laat zich niet vermurwen. Hij stapt resoluut op Marcello af en kijkt hem doordringend aan. “Ik ga straks een blokje om. Jij bent hier de man in huis, als ik er niet ben. Ik reken op je, jongen.” Marcello kan alleen maar knikken naar zijn vader en ziet met lede ogen aan hoe zijn moeder hem smeekt om dit toch vooral niet te doen. Maar vaders besluit staat vast en zodra Teresa de ster op zijn jas heeft genaaid gaat hij naar buiten, de straat op. Lorenzo rent zonder iets te zeggen achter hem aan. Marcello kijkt zijn vader vol trots na, wanneer deze met een gestrekte rug en zelfverzekerde stappen uit het zicht verdwijnt.
Dit heldhaftige gebaar van vader blijft niet onopgemerkt in de buurt. Iedereen weet inmiddels dat Franco Scaglione een bijzondere man is.

donderdag 24 maart 2011

De geschiedenis herhaalt zich

Sinds onze laatste ontmoeting is er veel veranderd. Hoewel ik mijn familie al een aantal maanden, sommigen zelfs meer dan een jaar niet heb gezien, heeft de uitgave van mijn boek een dramatisch effect gehad op de toch al beschadigde verstandhouding met mijn broers, zus, schoonzus en zwager. Exact op de vijfde sterfdag van mijn moeder ontving ik per post, in afzonderlijke enveloppen van ieder een brief waarin zij mij, ieder in zijn of haar eigen bewoordingen, duidelijk maakten dat ze geen contact meer met mij willen.
   Hoewel mijn oudste broer gelukkig ook nog wel goede herinneringen aan mij heeft, werd hij – zoals hij zelf aangeeft in zijn brief – door de omstandigheden gedwongen deze laatste brief aan mij te schrijven. Hij wil vanaf dat moment geen contact meer met mij.
   Mijn zus schrijft  mij in haar brief dat onze relatie nooit veel heeft voorgesteld en nooit beter zal worden. Ze laat me in slechts veertien woorden weten, dat het hier eindigt.
   De langste brief kwam van mijn jongste broer. Ondanks het feit dat hij – evenals mijn andere familieleden – het manuscript tot op heden niet heeft gelezen, is hij van mening dat ik een kwetsend manuscript heb geschreven. In dat kader wil ik graag één zin uit zijn brief citeren. …De woorden “mijn familie kwam als ‘foute Mussolini’s’ hierheen” waren niet de druppels die de emmer deden overlopen. Het was meer alsof de kraan met volle kracht werd opengegooid…
   Eenieder die het boek daadwerkelijk heeft gelezen, zal moeten beamen dat dit geenszins de strekking is van mijn verhaal. In de ogen van mijn jongste broer ben ik verworden tot een ongewenst kind in zijn omgeving. Ook hij wil dat ik uit zijn leven verdwijn.

Ik zal niet verdwijnen uit hun leven. Wellicht zullen wij elkaar niet meer zien in dit leven, maar verdwijnen zal ik niet. Wij maken deel uit van elkaars leven om de simpele reden dat wij tot onze dood, en zelfs daarna, broers en zussen van elkaar zijn en blijven. Ook het verhaal van Silvana, dat maar ten dele op waarheid berust, maakt deel uit van mijn leven.
   De scheiding met mijn broers en zus is niet veroorzaakt door het verschijnen van dit boek. Dit boek is geschreven vanwege de scheiding. Dat is immers de rode draad in het hele verhaal. Een geschiedenis die zich herhaalt.

Ik hoop dat al onze kinderen hiervan leren.

vrijdag 11 februari 2011

De Bever is mijn totemdier


Sinds 3 februari bevinden we ons volgens de Chinese astrologie in het jaar van het Konijn. Dat moeten we niet onderschatten, want dat kan wel eens een belangrijk jaar voor ons worden. In het jaar van het Konijn ligt de nadruk namelijk op persoonlijke groei en ontwikkeling. Ook legt het de nadruk op het familieleven; mensen zullen zich meer en meer gaan realiseren hoe belangrijk hun dierbaren zijn.
Tja, daar moet ik dan even over nadenken. Familie en dierbaren zijn in mijn geval twee totaal verschillende dingen. Sterker nog, met mijn vrienden en veel andere mensen in mijn omgeving heb ik een warmere band dan met mijn familie. Een bloedband is daarom voor mij niet bepalend.

Volgens diezelfde Chinese astrologie ben ik overigens geboren in het jaar van de Rat. Dat betekent dat ik beschik over een sterke expansiedrang en dat ik vindingrijk, hardwerkend en sociaal ben. Anderzijds ben ik ook bemoeizuchtig, principeloos, gierig en niet te vergeten: een opschepper.
Daar moet ik ook even over nadenken. Ik heb inderdaad de behoefte aan groei en ontwikkeling. En die bemoeizucht, daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar principeloos en gierig of inhalig ben ik zeker niet.
Nee. Al met al ben ik liever niet een Rat.
Mijn familie – om die er nog maar even bij te halen – is waarschijnlijk geneigd mij te bestempelen als een Draak. Daarbij niet wetende dat de Draak eigenlijk alle eigenschappen in zich heeft van de overige 11 tekens tezamen. Een mooi teken in de Chinese dierenriem.

Maar er is nog veel meer. Volgens de Afrikaanse astrologie ben ik namelijk geboren onder het teken de Markt. Ja, werkelijk: de Markt!
De Markt is kalm, rustig en succesvol. Zeker de eerste twee eigenschappen herken ik niet in mijzelf. Maar ‘Het Zusje van Vroeger’ wordt wellicht het succes dat hier wordt bedoeld. De Markt heeft verder de neiging zich te laten leiden door de angst in de steek te worden gelaten door haar geliefde(n). Oei, dat is dan wel weer een treffende overeenkomst. Wéér die familie, hè.
Gelukkig lees ik ook, dat er niets is, dat de Markt lang van haar à propos brengt, omdat de Markt nooit te ver afdwaalt van haar pure en eerlijke welwillendheid.

Wist u dat er ook nog zoiets bestaat als de Keltische Boom astrologie?
Wanneer je geboren bent tussen 15 en 25 mei of tussen 12 en 21 november, dan ben je een Kastanjeboom. Dat betekent kort gezegd, dat ik een kritische stijfkop ben. Kastanjebomen vragen zich af, wat er mis is met gezond verstand, relativeren en vooral humor. Soms kunnen ze zo volhardend zijn in een bepaald standpunt, dat hun omgeving hen als koppig en eigenwijs ervaart. De Kastanje heeft een handigheid ontwikkeld om allerlei problemen te omzeilen. Mocht dit boomtype desalniettemin toch in problemen verstrikt raken, dan kan hij/zij zodanig exploderen dat geen steen op de andere blijft.
Nou, ik denk dat ik hier weinig aan hoef toe te voegen. Alleen die ‘stijfkop’, daar kan ik me niet zo in vinden, maar vooruit.

Onze Westerse astrologie schaart mij onder de Stieren. Dat houdt in, dat ik niet snel boos word, gemakkelijk geef en ontvang. En dan komt het: een Stier is meegaand, geduldig, rustig en gaat vaak langzaam te werk. Ik vraag me dan af of dat ook geldt voor een dolle Stier, dat zou meer op mij van toepassing zijn, vrees ik. De Stier is echter ook een doorzetter: hoe lang het ook duurt, hij zal de resultaten krijgen die hij wil. In mijn geval is dat absoluut een waarheid als een koe!

Tot slot wil ik nog graag met u delen, dat volgens de Amerikaanse Indianen de Bever mijn totemdier is.
Om de kracht van de Bever te kunnen begrijpen, zou u eens moeten kijken naar de kracht van arbeid en eens kunnen nagaan hoe het voelt als je iets hebt bereikt. Je kunt niet in je eentje aan een droom bouwen, daar heb je een groep voor nodig. Om met een groep aan een doel te werken, is het nodig dat er ware groepsgeest heerst. Als deze aanwezig is, ontstaat er harmonie van de hoogste orde.

Kijk, daar hadden Kym, Thijs, Anton en ik het vanmorgen nog over. Daar gaat het allemaal om.
Er is geen twijfel mogelijk: De Bever is mijn totemdier!

zaterdag 5 februari 2011

Schimmels en wallen

Kent u dat? U maakt een georganiseerde groepsreis of een busreisje naar Düsseldorf waarbij u dan op slinkse wijze met de hele groep wordt mee geloodst naar een zaaltje of achteraf gelegen fabriekje.
Iets dergelijks overkwam mij, toen ik een rondreis maakte door Marokko.

Die middag stonden de souks van Marrakech op het programma. Souks zijn werkelijk een genot voor alle zintuigen. Een doolhof van smalle straatjes met duizenden exotische winkeltjes. Zonder lokale gids verdwaal je daar zonder enige twijfel. Aziz, onze gids, hoefde er weinig moeite voor te doen, om zijn kudde bijeen te houden. Niemand zou hem uit het oog verliezen. Uiteraard kreeg hij van de reisorganisatie een vaste vergoeding voor zijn verleende diensten. En ook ons gezelschap zou hem na afloop een fooi toestoppen, afhankelijk van zijn bewezen charme en enthousiasme.
Wanneer bovenstaande beschrijving u bekend voorkomt, dan zal het voor u geen verrassing zijn, wanneer ik u vertel dat een gids nog een derde bron van inkomsten heeft. De lokale fabriekjes die hij tijdens zijn rondleiding met de groep bezoekt zullen hem naar rato belonen, wanneer zijn groep zich ontpopt als royale, kooplustige toeristen.

In dit geval brachten wij een bezoekje aan een herborist, halverwege de souks. Vluchten was niet meer mogelijk, ik zou onherroepelijk verdwalen. Een verkoopdemonstratie van wonderkruiden, magische oliën en toverzalfjes was onvermijdelijk. Na het bestijgen van een paar smalle trapjes stonden we oog in oog met de kruidendokter in hoogsteigen persoon.
Noem een kwaal, en hij had er wel wat voor. In onze groep bevond zich een dame, die inderdaad – heel herkenbaar – ook wel eens last had van een droge huid. Het middel werkte overigens ook heel goed tegen eelt. Ze liet zich dan ook graag, ter demonstratie, de voeten masseren. Dat kostte haar overigens wél 20 dirham. Per voet, zo bleek later bij het afrekenen.
Wallen onder de ogen? Oók zo herkenbaar. De vriendin van de mevrouw met het eelt had daar immers ook last van.
Stress? Ook zo’n goeie. Wie heeft dat niet af en toe. Ook als het gaat om stress vindt de kruidendokter veel bijval.
Behalve schimmels, daar zijn geen liefhebbers voor. Ik dring nog aan bij mijn buurman, maar nee, geen schimmellijders in onze groep.

Een gevoel van schaamte blijkt voor veel reisgenoten volledig weg te vallen, wanneer we zo intiem onze lichamelijke ongemakken met elkaar delen. Het merendeel van de groep laat zich – onder luid enthousiasme van de overige groepsleden - zonder enige gêne met half ontbloot bovenlijf masseren. De foto’s kan ik u helaas om privacyredenen niet laten zien. Maar u moet me geloven, wanneer ik u zeg dat ik die middag heb genoten. Ik heb me niet laten masseren, daarvoor had ik geen tijd. Ik werd volledig in beslag genomen door mijn camera die alles tot in detail vastlegde.

Na afloop rinkelt de kassa van de kruidendokter uiteraard. Maar niet dankzij mij. Ik heb geen last van een droge huid of wallen.
En ook niet van schimmels…